MOGIN (MObiliteitsdata Governance In Nederland) is een neutraal platform waarin afspraken gemaakt worden over de toepassing van standaarden voor het uitwisselen van mobiliteitsinformatie tussen publieke en private partijen. Het platform zorgt voor efficiënte, veilige en duurzame mobiliteitsoplossingen door uniforme datastandaarden. Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata ondersteunt standaardisatieplatforms zoals MOGIN.
Over MOGIN
MOGIN is opgericht om eenheid te brengen in de diverse digitale standaarden die door verschillende organisaties worden gebruikt. Het platform richt zich op nationale harmonisatie en versterkt de positie van Nederland in Europese besluitvorming. Deelname aan de uitvoerende activiteiten van MOGIN staat open voor alle belanghebbenden. Mail voor informatie en deelname naar de algemene mailbox van NTM.
MOGIN heeft een overlegstructuur met een Strategic Committee ITS, een Change Management Board (CMB) en Community Change Advisory Boards (CAB). Wil je hier meer over weten? Bekijk dan de pagina over de overlegstructuur van MOGIN.
Waarom MOGIN?
Er is van alles in beweging. Denk hierbij aan:
- Europese regelgeving op het gebied van real time traffic information Cooperative ITS;
- impact driven traffic management;
- vergroening van het wagenpark;
- elektrische voertuigen (in combinatie met parkeren);
- autonoom rijdende voertuigen.
Er wordt gewerkt aan één aanpak die zorgt dat verschillende Smart Mobility oplossingen breed toepasbaar en toekomstbestendig zijn. MOGIN heeft een keuzeverantwoordelijkheid van standaarden die binnen onze scope vallen (nationale standaarden en profielen) en afstemming met standaarden die buiten onze scope vallen.
MOGIN en Europa
De afspraken worden gemaakt binnen Nederland, maar ook met de landen om ons heen. Dat houdt in dat we samenhang zowel nationaal en internationaal bevorderen. Niet alleen met eigen standaarden, maar ook met aangrenzende standaarden. Hierin zien we dat het Cooperative-ITS domein en het domein van MOGIN naar elkaar toe groeien. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van DATEX II Collaborative ITS Services.
Ook zien we bijvoorbeeld in het kader van Traffic Management 2.0 de samenhang tussen DVM-Exchange en DATEX II groter worden op het gebied van communicatie over landsgrenzen heen en het doorgeven van verkeersmanagement maatregelen aan service providers.
Rol van NTM
Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteit (NTM) ondersteunt MOGIN met organisatie, coördinatie en strategie:
- Beheer van ledenbestand;
- Inhoudelijk beheer van de MOGIN website, bijvoorbeeld de publicatie en administratie van standaarden;
- Organiseren en inhoudelijk voorbereiden van de Strategic Committee ITS, Change Management Board bijeenkomsten en de verslaglegging hiervan;
- Inhoudelijke ondersteuning van de Strategic Committee en de Change Management Board.
Hoewel NTM een faciliterende rol vervult, ligt het inhoudelijke beheer van standaarden bij de deelnemende organisaties.
MOGIN's onderscheid tussen functioneel beheer en gebruiksbeheer van een standaard
Onder functioneel beheer wordt verstaan het inhoudelijk opzetten en aanpassen van een standaard. Uitgangspunt is dat het technisch beheer wordt uitgevoerd door een organisatie die daar het meeste belang bij heeft of van origine heeft ontwikkeld. Voorbeelden hiervan zijn: RWS – VILD, TomTom - OpenLR, DATEX II NL Profiel – NDW.
Het door ontwikkelen van nieuwe versies wordt bij voorkeur in samenspraak met MOGIN gedaan. Maar dit kan niet altijd geëist worden, zoals bij OpenLR van TomTom. MOGIN kan in dat geval wel de afvaardiging in externe standaardisatie gremia coördineren. De afstemming met standaardisatie instituten zoals NEN ligt ook bij de technisch beheerder.
Het gebruikersbeheer betreft de toepassing van de standaard. Dit gaat over het wel of niet gebruiken van bepaalde onderdelen van een standaard en het al dan niet gebruiken van mogelijke waarden (bijvoorbeeld aantal soorten sneeuw of gevaren op de weg). Denk ook aan een specifieke invulling van bepaalde waarden voor de Nederlandse situatie. Deze keuzes worden vastgelegd in use-case profielen en zijn datgene wat de daadwerkelijke gegevensoverdracht definieert. Deze profielen hebben hun eigen life cycle en kunnen onafhankelijk van elkaar wijzigen.